4 augustus 2021
Het motiveren van patiënten met pijn is een complexe competentie.
Menig therapeut ‘worstelt’ en discussieert wat af met zijn patiënten tijdens de behandeling om hem of haar gemotiveerd te krijgen.
Een hele klus!
Opvallend is dat in publicaties over motiverende gespreksvoering niet vaak gesproken/geschreven wordt over de relatie tussen pijn en motivatie.
Mogelijk helpt het artikel ‘Patiënten met aspecifieke pijn beter helpen’ je een stukje verder in het begrijpen van de relatie tussen pijn en motivatie en in het effectiever hiermee omgaan. Het is eerder gepubliceerd in Physios, 2018.
Hieronder enkele fragmenten uit het artikel.
Het beïnvloeden van de motivatie van de patiënt met musculoskeletale pijn is een uitdagend proces.
Om de relatie tussen pijn en motivatie te begrijpen zijn verschillende concepten en modellen uit de (gezondheids)psychologie van dienst: het ‘stages of change’-model en ambivalentie, het ‘common sense’- model, zelfeffectiviteit, conditionering en de ‘self determination theory’.
Het beïnvloeden van de pijn en de motivatie van de patiënt, onder meer door middel van gespreksvoering, is als het ontrafelen van een ingewikkelde knoop.
De fysiotherapeut begint samen met de patiënt zijn gezondheidsprobleem en zijn gedachten en gevoelens in relatie tot zijn motivatie tot bewegen te exploreren.
Vervolgens reikt hij de patiënt een begrijpelijk en individueel verklaringsmodel aan, laat deze uitleg ervaren en komt ten slotte met de patiënt tot een plan van aanpak.
De gespreksstijl wordt hierbij telkens vormgegeven op basis van de drie elementen van de self determination theory: autonomie, competentie en verbondenheid.
Alhoewel alweer jaren geleden gepubliceerd, is het concept van pijn van Moseley modern te noemen. Hij beschreef zijn visie op pijn in vier uitgangspunten, namelijk:
De beleving pijn ontstaat dus als de persoon denkt, voelt en ervaart dat het bewuste lichaamsdeel in gevaar is, bedreigd wordt.
De implicaties hiervan zijn enorm!
Motivatie is een complex begrip en zeker niet in één alinea te beschrijven. Om toch te komen tot een handzaam werkconcept is het model van Ryan en Deci zeer bruikbaar.
Het model beschrijft drie vormen van motivatie: amotivatie, gecontroleerde motivatie en autonome motivatie.
Ambivalentie beschrijft de situatie waarin een persoon twijfelt tussen de huidige situatie en een nieuwe situatie. Tussen aan de ene kant wel willen maar aan de andere kant (nog) niet doen, tussen de voordelen van de verandering ambiëren maar de nadelen nog te sterk zien of ervaren om in actie te komen.
Dit model is in Nederland vooral bekend geworden vanwege de zogenaamde ziektepercepties die deel uitmaken van het model.
Deze ziektepercepties, de persoonlijke gedachten van de patiënt over zijn gezondheidsprobleem, worden meestal weergegeven als een vijftal vragen:
Om de pijn van de patiënt te begrijpen, pijn die bij veel musculoskeletale klachten wordt bepaald door de perceptie van ‘dreiging’ bij de patiënt, is het noodzakelijk de ziektepercepties van de patiënt te kennen (overeenkomstig het common sense-model).
Ook is het belangrijk om te beseffen dat gevoelens en attitudes deel uitmaken van deze percepties (gelaagdheid in autonome motivatie).
Deze percepties zijn bepalend voor het gedrag van de patiënt en als deze percepties gezond gedrag niet ondersteunen, zal de patiënt vrijwel zeker niet herstellen.
Negatieve percepties over de beïnvloedbaarheid en de herstelmogelijkheden leiden veelal tot negatieve zelfspraak en verminderen de zelfeffectiviteit.
Diepgaand luisteren en reflecteren van wat de patiënt zegt en, misschien wel belangrijker nog, lijkt te bedoelen, kan hierbij behulpzaam zijn.

De Paradox van de Scan: Waarom ‘niets zien’ soms pijnlijker is dan een hernia Als fysiotherapeut gespecialiseerd in musculoskeletale (MSK) pijn zie ik het dagelijks in mijn praktijk: de patiënt die met een mengeling van hoop en wanhoop vraagt om een scan. “Als we maar weten wat er binnenin kapot is, dan kunnen we het […]

Herken je dit? Je legt een oefening haarfijn uit aan een patiënt. Je vertelt precies waar de voeten moeten staan, hoeveel graden de knie moet buigen en dat de rug recht moet blijven. De patiënt knikt, probeert het, en beweegt vervolgens als een houten klaas. Hoe meer instructies je geeft, hoe onnatuurlijker de beweging wordt. […]

Herken je dit? Je hebt een perfect behandelplan opgesteld. De patiënt knikt instemmend, zegt “ja” op al je adviezen en belooft plechtig de oefeningen thuis te doen. Maar bij de volgende afspraak blijkt er niets van terechtgekomen. “Ja, maar ik had het zo druk,” is het excuus. Je voelt de frustratie opborrelen en je neiging […]