27 maart 2025
De traditionele fysiotherapie richt zich sterk op het fysieke aspect van pijn en beperkingen. Moderne opvattingen in een bio-psychosociaal model vertellen ons dat pijn niet alleen een lichamelijk probleem is, maar een complex samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren. Hier komt psychologisch geïnformeerde fysiotherapie (PIF) in beeld: een benadering die fysiotherapeuten helpt om verder te kijken dan de anatomie en het bewegingsapparaat.
Psychologisch Geïnformeerde Fysiotherapie (of psychology informed physiotherapy, PIP) integreert principes uit de psychologie in de fysiotherapeutische behandeling.
Het doel is niet om fysiotherapeuten om te vormen tot psychologen, maar hen te voorzien van effectieve strategieën om gedrag, gedachten en emoties van patiënten beter te begrijpen en te begeleiden.
Dit is met name relevant bij chronische pijn, stressgerelateerde klachten en langdurige bewegingsangst.
PIF gaat uit van het biopsychosociale model, waarin pijn en herstel worden beïnvloed door niet alleen fysieke, maar ook psychologische en sociale factoren.
Patiënten met langdurige klachten ervaren bijvoorbeeld vaak angst voor beweging (kinesiofobie), catastroferende gedachten over pijn of een vermijdingsstrategie die hun herstel belemmert.
Ook gaat PIF er vanuit dat er sprake is van embodiment; een wederkerige relatie tussen psyche en het lichaam.
De gedachten leiden tot fysieke reacties, en fysieke verschijnselen, zoals bijvoorbeeld stijfheid, leiden weer tot (catastroferende) gedachten.
Traditionele fysiotherapie die zich alleen richt op de fysieke aspecten, zoals spierkracht en mobiliteit, schiet dan tekort.
Door psychologische inzichten te integreren, leren fysiotherapeuten beter om te gaan met deze barrières.
Ze kunnen patiënten begeleiden bij het veranderen van hun mindset ten opzichte van pijn en bewegen, hen helpen om negatieve gedachten te doorbreken en samen nieuwe strategieën ontwikkelen om actief te blijven in het dagelijks leven.
Dit draagt niet alleen bij aan een duurzamer herstel, maar vermindert ook de kans op terugval en chronificering van klachten.
Binnen PIF worden verschillende benaderingen met elkaar geïntegreerd. Hieronder 3 wetenschappelijk onderzochte methodes die een onderdeel zijn van PIF of een voorbeeld zijn van PIF.
Motivational Interviewing (MI) of motiverende gespreksvoering is een gespreksstijl die fysiotherapeuten helpt om gedragsverandering bij patiënten te stimuleren. In plaats van directe adviezen of instructies, moedigt MI patiënten aan om zelf motivatie en vertrouwen te ontwikkelen om positieve veranderingen door te voeren. Dit gebeurt door empathisch luisteren, het stellen van open vragen en het verkennen van ambivalentie. MI is een benadering die een onderdeel is van PIF.
Voor een patiënt met chronische pijn die zich terughoudend opstelt tegenover oefentherapie, kan een MI-benadering helpen om persoonlijke doelen en waarden te koppelen aan het behandeltraject. Hierdoor neemt de therapietrouw toe en wordt de kans op succes groter (Rollnick et al., 2008).
ACT richt zich op het ontwikkelen van psychologische flexibiliteit. Dit betekent dat patiënten leren om op een andere manier met pijn en ongemak om te gaan, in plaats van ertegen te vechten. ACT gebruikt technieken zoals mindfulness en waarde-gebaseerd handelen om patiënten te helpen hun kwaliteit van leven te verbeteren, ondanks de aanwezigheid van pijn of beperkingen.
Fysiotherapeuten kunnen ACT toepassen door patiënten te leren om niet langer te streven naar volledige pijnvermijding, maar zich te richten op wat voor hen belangrijk is. Een patiënt met lage rugpijn kan bijvoorbeeld leren om ondanks de pijn weer deel te nemen aan sociale activiteiten of hobby’s, in plaats van zich terug te trekken (Hayes et al., 2006).
PIF bestaat dus uit allerlei bekende benaderingen uit de psychologie die zijn gecombineerd met traditionele fysiotherapie componenten en die door een fysiotherapeut worden toegepast. CFT, cognitive functional therapy, is een voorbeeld van PIF en is wetenschappelijk onderzocht.
Cognitive Functional Therapy (CFT) is specifiek ontwikkeld voor mensen met persisterende pijn, vooral bij lage rugklachten en nekklachten. CFT combineert verschillende psychologische benaderingen met bewegingstherapie en richt zich onder andere op het veranderen van negatieve overtuigingen en bewegingsangst. Patiënten leren hun pijn op een andere manier te interpreteren en ontdekken dat bewegen vaak minder schadelijk is dan gedacht. Meer over CFT lees je in dit artikel.
Fysiotherapeuten die CFT toepassen, helpen patiënten met een stapsgewijze aanpak om hun angst voor beweging te overwinnen. Dit gebeurt door het identificeren en aanpakken van belemmerende gedachten en door het geleidelijk herintroduceren van functionele bewegingen. Onderzoek ondersteunt de effectiviteit van CFT bij het verminderen van pijn en het verbeteren van de functionele status bij patiënten met aanhoudende lage rugpijn (O’Sullivan et al., 2018) en aanhoudende nekpijn (Kragting et al, 2025)
Naast CFT, ACT en MI zijn er nog enkele andere benaderingen die onderdeel kunnen zijn van Psychologisch Geïnformeerde Fysiotherapie. Hieronder de belangrijkste:
Door psychologisch geïnformeerde fysiotherapie te integreren in de praktijk, kunnen fysiotherapeuten hun patiënten effectiever begeleiden naar duurzaam herstel. Dit leidt niet alleen tot een betere behandeluitkomst, maar ook tot een sterkere therapeut-patiëntrelatie en meer tevredenheid bij zowel de patiënt als de therapeut.
Wil je als fysiotherapeut aan de slag met PIF? Overweeg scholing in technieken zoals MI, ACT of CFT, en pas deze toe in jouw behandelingen. De toekomst van fysiotherapie ligt in een holistische aanpak – en PIF is daarin een waardevolle sleutel.

De Paradox van de Scan: Waarom ‘niets zien’ soms pijnlijker is dan een hernia Als fysiotherapeut gespecialiseerd in musculoskeletale (MSK) pijn zie ik het dagelijks in mijn praktijk: de patiënt die met een mengeling van hoop en wanhoop vraagt om een scan. “Als we maar weten wat er binnenin kapot is, dan kunnen we het […]

Herken je dit? Je legt een oefening haarfijn uit aan een patiënt. Je vertelt precies waar de voeten moeten staan, hoeveel graden de knie moet buigen en dat de rug recht moet blijven. De patiënt knikt, probeert het, en beweegt vervolgens als een houten klaas. Hoe meer instructies je geeft, hoe onnatuurlijker de beweging wordt. […]

De RESTORE trial, is een studie naar cognitive functional therapy (CFT) die nogal wat stof deed opwaaien. CFT bestond al enkele jaren, en was ook al herhaaldelijk onderzocht. Toch startte de research groep van Peter O’Sullivan een grote trial op, deze keer onder leiding van peter Kent, naar het toepassen van CFT en de effectiviteit […]