28 april 2026
‘De dokter zei dat ik een versleten rug heb. Er zit bijna geen kraakbeen meer tussen mijn wervels.’
Je patiënt kijkt je moedeloos aan.
In je achterhoofd schieten de moderne richtlijnen voorbij: pijneducatie, het biopsychosociaal model, geruststellen.
Je legt geduldig uit dat ‘slijtage’ een normaal verouderingsproces is, vergelijkbaar met grijze haren, en dat de pijn vooral te maken heeft met een overgevoelig zenuwstelsel. De patiënt knikt, maar de twijfel blijft.
En ergens bij jezelf knaagt het ook: als die tussenwervelschijf écht fors in hoogte is afgenomen en de facetgewrichten onder constante druk staan, waarom doen we dan soms alsof die biomechanische realiteit er niet toe doet?
In de fysiotherapie hebben we de afgelopen decennia een enorme verschuiving doorgemaakt.
We bewogen weg van het puur biomedische model – waar elke afwijking op een scan de ‘oorzaak’ was – naar een breed biopsychosociaal perspectief.
Een noodzakelijke stap, want we weten dat context, overtuigingen en de psyche van de patiënt cruciaal zijn.
Echter, in onze ijver om patiënten niet te medicaliseren, lijken we de biomechanische realiteit soms volledig in de ban te doen.
Of het nu gaat om acute, subacute of chronische rugpijn: het weefsel is de plek waar de nociceptieve prikkel ontstaat, de mechanische belastbaarheid wordt overschreden of de functie verstoord raakt.
Door biomechanica weg te wuiven als ‘niet relevant’, missen we een essentieel onderdeel van de oplossing: gericht loadmanagement.
Juist bij chronische pijn is het weefsel vaak gedeconditioneerd geraakt door jarenlang beschermingsgedrag, aanpassen aan pijn en vermijden van bepaalde bewegingen.
Loadmanagement is dan ook een deel van de weg naar herstel.
Loadmanagement is niet alleen belangrijk bij het behandelen van sportblessures.
Ook bij een degeneratieve wervelkolom is het een deel van de sleutel tot herstel.
We moeten stoppen met het zien van degeneratie als een statisch eindstadium.
Onderzoek van onder andere Samanna & Belavý (2026) laat zien dat bijvoorbeeld tussenwervelschijven wel degelijk kunnen adapteren aan belasting ook als zij degeneratief zijn.
En de discus is hierin niet uniek, ook facetten en eindplaten zijn adaptief.
Om dat te bereiken, moeten we begrijpen wat er fysiologisch en mechanisch gebeurt in de verschillende structuren.
Daarom meer hierover in dit artikel.
Kushchayev et al. (2018) beschrijven het degeneratieve proces als een biomechanisch continuüm.
Naar aanleiding van zijn artikel (en enkele andere) kijken we hoe loadmanagement werkt op de drie structuren die het meest genoemd worden als het gaat om degeneratie van de wervelkolom: de discus, de facetgewrichten en de eindplaten van het corpus vertebrae.
Degeneratie begint vaak met biochemische veranderingen: een verlies van proteoglycanen en een afname van het waterbindend vermogen.
Hierdoor verliest de discus zijn hydrostatische druk en daarmee zijn vermogen om axiale krachten op te vangen en gelijkmatig te verdelen.
En dit proces zet zich voort naarmate de degeneratie toeneemt (of liever: dit proces is min of meer de oorzaak ván de degeneratie).
De discus is voor zijn voedingstoestand afhankelijk van diffusie; immers, hij heeft geen eigen bloedvoorziening.
Dynamische, cyclische belasting werkt als een pompmechanisme.
Axiale belasting (zoals bij wandelen of rustig hardlopen) zorgt voor vloeistofuitwisseling, wat essentieel is voor het metabolisme van de cellen van de discus.
Recente meta-analyses (Samanna, 2016) tonen aan dat mensen die regelmatig wandelen of hardlopen dikkere tussenwervelschijven hebben met een hogere T2-signaalintensiteit (een maat voor hydratatie op een MRI-beeld).
Maar let op: het metabolisme van de discus is relatief traag en zal dus tijd vragen om resultaten te boeken.
Praktisch vertaald betekent dit: vermijd langdurige statische compressie, maar stimuleer dynamische, axiale stimuli om het metabolisme in de discus te stimuleren en daarmee de discus ‘te voeden’ en zo op termijn de structurele integriteit te verbeteren.
Denk hierbij eerder in 30 – 45 minuten dan in 5-10 minuten (want dan is de tijd tekort om het metabolisme voldoende op gang te brengen).
Wanneer de discus hoogte verliest, verandert de mechanica van de gehele ‘spinale unit’.
De facetgewrichten, die normaal slechts een klein deel van de axiale last dragen, krijgen nu een grotere druk te verwerken.
Dit leidt tot kraakbeenslijtage, subchondrale sclerose en osteofytvorming (artropathie).
Hier draait het om drukverdeling en het herwinnen van bewegingsvrijheid zonder overmatige provocatie.
Bij facetklachten is er vaak sprake van een ‘extensie-intolerantie’.
Die dient dus langzamerhand weer te worden opgebouwd zodat de belastbaarheid van het facetgewricht verbeterd en de tolerantie voor belasting toeneemt.
Praktisch betekent dit: Loadmanagement richt zich hier op het gedoseerd herintroduceren van beweging.
Door variatie in houdingen (bijvoorbeeld lichte flexie-gebaseerde oefeningen) verminder je de piekdruk op de facetten, terwijl je het gewrichtskraakbeen wel de noodzakelijke mechanische prikkels geeft voor behoud van kwaliteit.
Denk aan actieve flexie/extensie in kruiphouding, gevolgd door (later in de tijd) een flexie/extensie beweging in staande positie die geinitieerd wordt vanuit het buigen en strekken van de heup (één knie richting de neus, vervolgens been gestrekt naar achteren bewegen, en weer naar de neus, etc).
Door veelvuldig herhalen van deze bewegingen raakt de wervelkolom weer toleranter voor deze beweging.
De kraakbenige eindplaten vormen de brug tussen de wervel en de discus.
Bij degeneratie kunnen deze platen dunner worden, microfracturen vertonen of verstijven (sclerose).
Dit is cruciaal, want de eindplaat is de ‘poort’ voor voedingsstoffen naar de discus.
Met andere woorden: een gezonde eindplaat is belangrijk voor een gezonde discus.
Microfracturen in de eindplaat reageren slecht op plotselinge, zware impact.
Gelukkig kan adaptatie wel plaats vinden; hiervoor is langzaam progressieve, gecontroleerde belasting nodig.
Een proces dat geduld vraagt maar zeker effect zal resulteren.
Praktisch: Het doel is om de doorbloeding van het subchondrale bot te stimuleren en de permeabiliteit van de eindplaat te behouden.
Dit bereik je door een geleidelijke opbouw van belastingsduur (volume) voordat je de intensiteit (kracht) verhoogt.
Wandelen of fietsen (niet in voorovergebogen houding maar juist wat meer rechtop) kan zinvol zijn, later gevolgd door (zeer) stevig doorwandelen en fietsen; vervolgens verder opgevoerd naar dribbelen of bijvoorbeeld badminton of padel (zonder de uiterste posities in de wervelkolom in te nemen) en zelfs training met gewichten zoals een ‘farmers walk’.
Bij patiënten met chronische rugpijn schakelen we in de praktijk vaak volledig over op de psychosociale component.
We focussen op angst, catastroferen en sociale factoren.
Hoewel dit essentieel is, vergeten we soms dat de patiënt ook pijn kan aangeven omdat bepaalde bewegingen weefsels te zwaar belasten.
Simpelweg omdat de belastbaarheid van het weefsel onvoldoende is.
(Misschien is dat ook wel juist waarom het helpen van mensen met aanhoudende (rug)pijn zo lastig is. Telkens weer die beslissing moeten maken of je een symptoom meer toeschrijft aan de biomechanische kant van de rugpijn of meer de psychosociale. Toch hoeven we niet echt te kiezen. In iedere klacht zitten alle aspecten: medische/biomechanisch/anatomisch, psychisch én sociaal!)
Belangrijk om te bewaken dat gebrek aan gericht loadmanagement tot verdere deconditionering van het weefsel leidt, wat op zijn beurt weer pijn kan opleveren.
Een vicieuze cirkel waarin psychosociale factoren de pijn onderhouden, terwijl de fysieke kwetsbaarheid blijft.
Een gemiste kans.
Dit is waar Cognitive Functional Therapy (CFT) een cruciale rol speelt.
CFT is geen ‘praattherapie’; het is een gedragsmatige interventie die juist de link legt tussen overtuigingen, emoties en de biomechanische uitvoering van bewegingen alsook de belastbaarheid van weefsels en het loadmanagement.
Het integreren van weefsel-specifiek loadmanagement binnen een breed kader zoals CFT biedt grote voordelen voor de praktijkvoering:
Laten we stoppen met de strijd tussen biomechanica en psychologie. De rug is een biomechanisch meesterwerk dat gemaakt is om te bewegen en te belasten. Onze taak als fysiotherapeut is om de patiënt de weg te wijzen in dat loadmanagement, gewapend met kennis over weefselbelasting én met de vaardigheden om de persoon te coachen.
Wil je leren hoe je de brug slaat tussen complexe biomechanica en een effectieve gedragsmatige aanpak? Bij Viaperspectief bieden we scholingen aan die je helpen om Cognitive Functional Therapy (CFT) en geavanceerd loadmanagement direct toe te passen in je dagelijkse praktijk. Leer hoe je de ‘biomedische puzzel’ oplost binnen een moderne, mensgerichte benadering.

PIJN. Acuut, subacuut, chronisch, aanhoudend, persisterend, specifiek, aspecifiek, complex… Hoe we de pijn ook benoemen, in het gesprek met de ander die deze pijn ervaart liggen uitdagingen. En valkuilen. Waarom voelen patiënten zich vaak ongehoord, juist wanneer wij denken dat we glashelder zijn? Wat maakt dat er toch vaak zo dualistisch naar pijn gekeken wordt […]

Perspectief op subacute en aanhoudende pijnklachten De wereld van de fysiotherapie is continu in beweging. Al jaren geleden deed het BPS model zijn intrede. Al wordt het nog niet alom toegepast….. In dit artikel verkennen we de waarde van psychologisch geïnformeerde fysiotherapie (PIF). Daarbij kijken we ook naar recente wetenschappelijke ontwikkelingen, waaronder de omvangrijke netwerk […]

De Paradox van de Scan: Waarom ‘niets zien’ soms pijnlijker is dan een hernia Als fysiotherapeut gespecialiseerd in musculoskeletale (MSK) pijn zie ik het dagelijks in mijn praktijk: de patiënt die met een mengeling van hoop en wanhoop vraagt om een scan. “Als we maar weten wat er binnenin kapot is, dan kunnen we het […]