2 april 2026
PIJN.
Acuut, subacuut, chronisch, aanhoudend, persisterend, specifiek, aspecifiek, complex…
Hoe we de pijn ook benoemen, in het gesprek met de ander die deze pijn ervaart liggen uitdagingen.
En valkuilen.
Waarom voelen patiënten zich vaak ongehoord, juist wanneer wij denken dat we glashelder zijn?
Wat maakt dat er toch vaak zo dualistisch naar pijn gekeken wordt en we er vanuit dit dualisme over communiceren?
In dit artikel duiken we in de acht belangrijkste valkuilen bij het praten over pijn en hoe we de brug kunnen slaan naar een effectieve, mensgerichte benadering.
In de literatuur maken we een scherp onderscheid: na drie maanden noemen we pijn ‘chronisch’.
Voor de patiënt is dit een betekenisloos getal.
Zij komen niet bij ons omdat de kalender een blaadje omslaat; zij komen omdat ze lijden.
Ze zijn ontregeld, angstig of beperkt in hun rol als ouder, werknemer of sporter.
De werkelijkheid: onderzoek van Vlaeyen & Linton (2000) laat zien dat niet de pijnintensiteit, maar de fear-avoidance (angst-vermijding) bepaalt of iemand hulp zoekt. De emotie over de pijn is vaak een grotere drijfveer dan de prikkel zelf.
Nog te vaak behandelen we pijn als een “of-of” verhaal: het is fysiek (biologisch) óf het zit tussen de oren (psychologisch).
De moderne pijnwetenschap is hier kristalhelder over: pijn is altijd een samenspel van het volledige biopsychosociale (BPS) spectrum (Engel, 1977).
Of het nu gaat om nociceptieve, neuropathische of nociplastische pijn (Kosek et al., 2016): de context, de sociale steun en de psychologische status van de patiënt kleuren de ervaring.
Er bestaat simpelweg geen pijn die ‘alleen maar fysiek’ is.
Voor een behandelaar betekent ‘aspecifiek’ dat er geen duidelijke weefselschade aanwijsbaar is die de pijn volledig verklaart.
Voor een patiënt klinkt het als: ‘We weten het niet’ of erger: ‘Je stelt je aan, het is niet echt.’
Woorden hebben de kracht om te helen of te beschadigen.
Zoals Darlow et al. (2013) aantonen, kunnen onze labels een langdurig negatief effect hebben op de overtuigingen van de patiënt (het nocebo-effect).
We willen vaak direct overgaan naar de ‘oplossing’ of het corrigeren van ‘foute’ overtuigingen.
Echter, wat de patient op dit moment nodig heeft is validatie.
Erkenning van zijn klachten, zijn problemen, zijn gedachten, zijn emoties (Darlow & Belton, 2019).
Zelfs als een patiënt overtuigingen heeft die medisch niet kloppen, is hun ervaring 100% echt.
En die ervaring, gedachten en emoties dienen erkent te worden.
Zonder validatie ontstaat er geen veiligheid, en zonder veiligheid is er geen ruimte voor nieuwe inzichten.
Omdat we weten dat veel pijn aspecifiek of nociplastisch is, neigen we soms naar een puur ‘pratende’ behandeling.
Dit is ook typisch een misvatting die heerst over cognitive functional therapy (CFT), dat het ‘praat-therapie’ is.
Het tegendeel is het geval.
Onze handen en onze blik zijn krachtige therapeutische instrumenten.
Een lichamelijk onderzoek doet meer dan alleen structuren testen; het valideert de klacht van de patiënt (Zusman, 2004).
Verder biedt het onderzoek ons de kans om de mate van sensibilisatie in kaart te brengen (Nijs et al., 2014).
En weefseltoleratie, belastbaarheid, kwaliteit van bewegen, maladaptief bewegen te identificeren, etc.
Na het lichamelijk onderzoek rapporteren we vaak alleen alle afwijkingen: de beperkte mobiliteit, de triggerpoints, de ‘instabiliteit’.
Hiermee bevestigen we onbewust het beeld van een kwetsbaar lichaam.
We vergeten de positieve bevindingen te noemen.
Vertel de patiënt dat hun rug een sterke constructie is, gemaakt om te bewegen (Caneiro et al., 2020).
Focus op veerkracht in plaats van op ‘wat er mis is’.
We vertellen patiënten vaak wat wij vinden dat ze moeten weten, in plaats van te vragen waar zij behoefte aan hebben.
Het resultaat? De patiënt hoort informatie waar hij niet op zit te wachten en mist antwoorden op zijn werkelijke zorgen.
Gebruik de principes van Motivational Interviewing (Miller & Rollnick, 2023): vraag eerst wat de patiënt al weet en waar hij nieuwsgierig naar is.
Niet elke patiënt die bij je aan tafel zit, is op dat moment klaar voor de informatie die jij kwijt wilt.
Of dat nu pijneducatie is of uitleg van je analyse.
Soms is de emotionele lading te hoog.
Check daarom altijd de bereidheid: “Is het helpend als ik je wat meer uitleg geef over hoe dit mechanisme werkt?”
Door toestemming te vragen, creëer je een gelijkwaardige samenwerking in plaats van eenrichtingsverkeer.
Effectieve pijnzorg begint bij de taal die we spreken.
Door de menselijke ervaring van lijden centraal te stellen en in onze communicatie uit te gaan van validatie en veerkracht, transformeren we van een ‘fixer’ naar een gids.
Literatuur
Caneiro, J. P., et al. (2020). Beliefs about the body and pain: the critical role in musculoskeletal pain management. Brazilian Journal of Physical Therapy.
Crombez, G., et al. (2012). The fear-avoidance model of chronic pain: the next generation. The Clinical Journal of Pain.
Darlow, B., & Belton, J. (2019). ‘What if’ we actually took patients’ perspectives seriously? Brazilian Journal of Physical Therapy.
Darlow, B., et al. (2013). The enduring impact of back pain beliefs of health care professionals. Health Psychology Review.
Engel, G. L. (1977). The need for a new medical model: a challenge for biomedicine. Science.
Kosek, E., et al. (2016). Do we need a third mechanistic descriptor for chronic pain states? Pain.
Miller, W. R., & Rollnick, S. (2023). Motivational Interviewing: Helping People Change and Grow.
Nijs, J., et al. (2014). Applying modern pain neuroscience in clinical practice. Pain Physician.
Vlaeyen, J. W., & Linton, S. J. (2000). Fear-avoidance and its consequences in chronic musculoskeletal pain. Pain.
Zusman, M. (2004). Placebo effects and the physiotherapy practitioner. Physiotherapy.
Vond je dit een waardevol artikel?
Bij Viaperspectief verdiepen we ons dagelijks in de complexe dynamiek tussen zorgverlener en patiënt. Kijk bij onze cursussen voor meer handvaten in MSK-pijn.

‘De dokter zei dat ik een versleten rug heb. Er zit bijna geen kraakbeen meer tussen mijn wervels.’ Je patiënt kijkt je moedeloos aan. In je achterhoofd schieten de moderne richtlijnen voorbij: pijneducatie, het biopsychosociaal model, geruststellen. Je legt geduldig uit dat ‘slijtage’ een normaal verouderingsproces is, vergelijkbaar met grijze haren, en dat de pijn […]

Perspectief op subacute en aanhoudende pijnklachten De wereld van de fysiotherapie is continu in beweging. Al jaren geleden deed het BPS model zijn intrede. Al wordt het nog niet alom toegepast….. In dit artikel verkennen we de waarde van psychologisch geïnformeerde fysiotherapie (PIF). Daarbij kijken we ook naar recente wetenschappelijke ontwikkelingen, waaronder de omvangrijke netwerk […]

De Paradox van de Scan: Waarom ‘niets zien’ soms pijnlijker is dan een hernia Als fysiotherapeut gespecialiseerd in musculoskeletale (MSK) pijn zie ik het dagelijks in mijn praktijk: de patiënt die met een mengeling van hoop en wanhoop vraagt om een scan. “Als we maar weten wat er binnenin kapot is, dan kunnen we het […]